U bevindt zich in
OpenSource
Dwarsligger
HoofdstukkenMenu terugOpenSource Volgens Pagina's startBindendheid van LicentiesGevaar of KansJuridische StatusKennisnetwerk OpenSourceMixen Open en GeslotenOnderzoek OSS voor OverheidOpenSource PraktijkgidsOpen source licentieproblematiekOverheid en OpenSourceWelke Licentie
Overheid en OpenSource

Steeds meer overheidsorganisaties, zowel in Europa als daarbuiten, tonen belangstelling voor de OpenSource software.
In Nederland draait er op rijksniveau onder regie van de ICT-Uitvoeringsorganisatie, een programma OpenStandaarden en OpenSource Software (programma OSOSS).
En ook op lokaal niveau begint men de voordelen van deze software te ontdekken.

Wat is OpenSource software eigenlijk en wat zijn de eventuele voordelen ervan?
OpenSource software is software waarvan de broncode vrij beschikbaar is voor bestudering, doorgave, modificatie en gebruik.
Een belangrijk verschil tussen gesloten en OpenSource software is dat bij gesloten software vaak voorwaarden voor het gebruik zijn opgenomen, bijvoorbeeld met betrekking tot de reikwijdte van de licentie.
Volgens het OpenSource-principe kan iedereen de software onbeperkt laten draaien.
Een ander verschil is dat de OpenSource software licenties toestaan dat iedereen de vrijheid heeft broncodes in te zien, software te veranderen, te verbeteren, aan te vullen en distributies uit te geven van vrije software (en voor deze dienst geld te vragen).

In gesloten softwarelicenties zijn deze activiteiten juist verboden.
Er zijn honderden programma’s beschikbaar die gebaseerd zijn op OpenSource software, variërend van tekstverwerkers tot spelletjes.
Voorbeelden zijn besturingssystemen als Linux (Edit: Linux is een kernel, geen besturingssysteem), content management systemen zoals MMBase, relationele database management systemen zoals PostgreSQL en MySQL, kantoorapplicaties zoals OpenOffice en Staroffice, en webservers zoals Apache.
Er is software die gratis van internet kan worden ‘gedownload’, maar er zijn ook commerciële distributies van OpenSource software.
De leveranciers van distributies, waaronder Red Hat, SuSE, United Linux en Sun, voegen bijvoorbeeld functionaliteiten aan de oorspronkelijke gratis software toe of leveren er aanvullende dienstverlening of ondersteuning bij.

Voor consumenten kan het interessanter zijn om deze software af te nemen dan software gratis van het internet te downloaden.
De grootste voordelen van OpenSource software zijn de vrije beschikbaarheid van de broncode van de software en het respect voor standaarden.
Ook de veiligheid en de betrouwbaarheid van de software zijn belangrijke voordelen.
Omdat de broncode vrij beschikbaar is, kunnen fouten in de software snel worden hersteld.
Bovendien kan iedereen de mogelijkheden van de software uitbreiden.
Hierdoor zijn organisaties ook minder snel afhankelijk van één leverancier.
Ook wordt de software vaak in een snel tempo ontwikkeld en uitgebreid, waardoor er regelmatig updates beschikbaar zijn.
De software is doorgaans gratis of tegen geringe kosten aan te schaffen en te gebruiken.
De kosten van software zitten echter niet alleen hierin, maar ook in onder meer opleiding, het op maat maken en het beheer ervan.
Bij bepaalde toepassingen zal OpenSource software goedkoper zijn.

Het grootste nadeel is het feit dat het bij niet-commerciële distributies kan gebeuren dat er alleen updates komen als een programmeur tijd heeft om de software verder te ontwikkelen.
Een ander nadeel is dat het niet gemakkelijk is iemand of een organisatie verantwoordelijk te stellen en aan te spreken op niet goed functionerende software.
Bij een commerciële distributie is de leverancier verantwoordelijk voor zijn product.
Het product mag onder normale omstandigheden geen schade toebrengen en dient te functioneren volgens de normale standaarden.
Wanneer een bedrijf hierbij in gebreke blijft, is het verantwoordelijk en kan het hierop worden aangesproken.
Bij OpenSource software is dat uiteraard niet altijd het geval.
Overigens sluiten bedrijven die software leveren, aansprakelijkheid vaak uit.

Het invoeren van OpenSource software in een organisatie kan ook problematisch zijn, omdat gebruikers van kantoorautomatisering doorgaans zo gewend zijn aan bepaalde producten, dat zij niet gemakkelijk willen overstappen op andere software.
Ten slotte kan het nadelig zijn dat organisaties, mede door hun klanten en leveranciers, vaak afhankelijk zijn van bepaalde (commerciële) software.
Zo wordt er in veel organisaties gebruik gemaakt van een bepaalde (commerciële) tekstverwerker, simpelweg omdat klanten en leveranciers dit programma ook gebruiken.
Deze ketenafhankelijkheid kan ertoe leiden dat organisaties met ‘afwijkende’ software buiten de boot vallen.

Ontwikkelingen bij de overheid
In het verleden (2003) draaide er in Nederland het programma OSOSS, de initiatiefnemers van dit programma waren de Ministeries van Economische Zaken en Binnenlandse Zaken & Koninkrijkrelaties.
Het programma was gericht op de totale overheid en had een looptijd van drie jaar.
De overheid wilde met het programma OSOSS minder afhankelijk worden van softwareleveranciers en de mogelijkheden om voor andere software te kiezen vergroten.
Het programma ondersteunt overheden met het invullen van OpenStandaarden en OpenSource software in hun eigen organisatie.
Wat betreft OpenSource software richt het zich op het creëren van bewustwording binnen de Nederlandse overheid om OpenSource software als (volwaardig) alternatief naast closed source software te overwegen.
Het programma OSOSS voorzag hierin door zijn faciliterende, informerende en adviserende functie: Het programma OSOSS heeft niet het mandaat standaarden op te leggen en zal deze ook niet zelfstandig ontwikkelen.
Ook in de politiek neemt de belangstelling voor OpenSource software toe.
GroenLinks heeft in november 2002 een plan getiteld Software open u! gepubliceerd, waarin men de minister van Economische Zaken voorstelt het voortouw te nemen bij het doorbreken van de machtspositie van softwareleveranciers en het gebruik van OpenStandaarden en OpenSource software te stimuleren.
De daarop betrekking hebbende motie die GroenLinks indiende, werd door alle fracties, behalve de VVD, aangenomen.
In een algemeen overleg, op 24 september 2003, wezen leden van de vaste kamer-commissie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties de ministers De Graaf en Brinkhorst erop dat het beleid van het kabinet op het terrein van OpenStandaarden en OpenSource software ambitieuzer moet zijn.

Het gestarte programma OSOSS wijst in de goede richting, maar dient minder vrijblijvend te zijn: er moeten meetbare doelstellingen worden geformuleerd.
Groenlinks wees erop dat de overheid voor OpenSource software moet kiezen wanneer dat mogelijk is.
De minister van BZK antwoordde, dat het bij OpenSource software gaat om het creëren van keuzevrijheid.
Open- en closed-source software moeten gelijke kansen krijgen en daarvoor is bij overheden kennis en vertrouwen nodig.
En omdat vertrouwen niet valt af te dwingen, wil de minister geen concrete streefgetallen noemen.

Ontwikkelingen bij de gemeenten
Op lokaal niveau heeft inmiddels een aantal gemeenteraden beslissingen over het gebruik van OpenSource software genomen.
In Nijmegen bijvoorbeeld heeft de gemeenteraad besloten om bij voorkeur software aan te schaffen, gebaseerd op OpenStandaarden en vervaardigd volgens het OpenSource -principe.
Voorts is besloten samenwerking te zoeken met andere gemeenten.
De gemeenteraad stemde niet in met een voorstel om te investeren in expertise en personele capaciteit.
Een initiatiefvoorstel van de GroenLinks-fractie in de Utrechtse gemeenteraad om in beginsel OpenStandaarden toe te passen en OpenSource software te gebruiken, is niet aangenomen.
De raad vindt de tijd nog niet rijp en een pioniersrol te riskant, hij wil de landelijke ontwikkelingen afwachten en daar eventueel bij aansluiten.
In Groningen heeft de gemeenteraad het college verzocht onderzoek te (laten) doen naar de mogelijkheden om de computers van de gemeente in de toekomst te voorzien van: Er zijn, naast gemeenten die principieel voor het gebruik van OpenSource software hebben gekozen, ook gemeenten die al OpenSource software draaien.

Zo heeft Amsterdam in het kader van het project ‘Op weg naar de Glazen Stad’ het programma Web-ina-Box ontwikkeld.
Met Web-in-a-Box krijgen stadsdelen en diensten een complete website, inclusief een geavanceerd content management systeem, waarmee de site volledig beheerd kan worden.
In het systeem zitten uitgebreide workflowen autorisatiemogelijkheden, waardoor het beheer onder meerdere personen verdeeld kan worden.
Het systeem waarmee de Web-ina-Box-sites worden beheerd, is het OpenSource programma MMbase.

De gemeente Almere heeft ervoor gekozen om samen met een bedrijf een mid-office te ontwikkelen, dat onafhankelijk is van de informatiesystemen in de fronten backoffice.
De mid-office is ontwikkeld op basis van de OpenSource gedachte en OpenStandaarden.
Er is momenteel vanuit de website via de midoffice een verbinding met een melddesksysteem, waarmee de functie ‘Wijkmelding’ (meldingen uit de woonen leefomgeving) als eerste volledig geautomatiseerd is.
Verder wordt er nu gewerkt aan een afsprakensysteem voor de grofvuillijn en diverse applicaties voor de publieksdienst.
Hoewel deze toepassingen specifiek zijn, krijgen de componenten in de mid-office een generiek karakter.

In de gemeente Woerden is recent een grote stap in de back-office gezet.
De gemeente heeft de fileserver overgezet van Windows 2000 van Microsoft naar RedHat (een Linux distributie) met Samba (voor bestandsen printerdeling en authenticatie).
Een fileserver is een computer waarop programma’s en bestanden staan die bestemd zijn voor meerdere gebruikers.
De software op deze server regelt de autorisatie zó dat meerdere medewerkers dezelfde bestanden kunnen zien en wijzigen.

Internationale ontwikkelingen
Ook buiten Nederland komt er steeds meer aandacht voor het gebruik van OpenSource software.
Er zijn in verschillende Europese landen voorbeelden van overheidsorganisaties die zich interesseren in het OpenSource-gedachtegoed.
In een politiedepartement in Engeland werken inmiddels 60.000 mensen met Linux-computers en heeft de Britse regering begin oktober dit jaar (2003) besloten een aantal proefprojecten met OpenSource software te houden op het kantoor van de vice-premier en bij het gemeentebestuur van de stad Newham.

De Duitse Bondsdag heeft in maart 2002 besloten voor alle servers Linux te gebruiken en eind mei 2003 maakte de gemeente München bekend dat het alle 14.000 overheidscomputers gaat migreren van Windows van Microsoft naar Linux.
Het kantoorprogramma Office van Microsoft wordt vervangen door het gratis pakket Open Office.

Ook in Frankrijk zijn al enkele ministeries geheel overgestapt op Linux.

Het bestuur van de Spaanse regio Extremadura meldde in november 2002 ook over te gaan op het besturingssysteem Linux.
De regio gaat niet alleen haar eigen computers omzetten, maar ook de 1,1 miljoen burgers aanmoedigen het systeem op hun computers te installeren.
Minister van Onderwijs Vazquez de Miguel van Extremadura heeft een lokaal bedrijf aan het werk gezet om de software onder de veelal arme bevolking te verspreiden.

Buiten Europa heeft het gebruik van OpenSource software ook haar intrede in overheidsorganisaties gedaan.
Brazilië , Mexico , Argentinië en Peru hebben reeds voorstellen gedaan om het gebruik van OpenSource software in overheidsorganisaties verplicht te stellen.
De overheden van Japan , China en Zuid-Korea hebben in september dit jaar aangekondigd samen te zullen werken met een aantal hightech-bedrijven om softwareprogramma’s te ontwikkelen die een alternatief vormen voor Microsoftproducten .
De Chinese regering heeft in augustus 2003 zelfs verordonneerd dat alle software van Microsoft van de overheidscomputers moet verdwijnen.

Het antwoord op de vraag of gemeenten moeten overgaan op OpenSource software is niet met een simpel ‘ja’ of ‘nee’ te beantwoorden.
Wel is het voor organisaties de moeite waard om zowel open als gesloten source software bij de keuze voor nieuwe software te betrekken.
Het is belangrijk dat organisaties bij het invoeren van bestaande OpenSource software-toepassingen erop letten dat de gebruikersgroep al goed georganiseerd is of dat de kennis van de software binnen de eigen organisatie aanwezig is of opgebouwd kan worden.
Ook is het van belang na te gaan of de software voldoet aan OpenStandaarden.
De software moet bij voorkeur open, flexibel en platformonafhankelijkheid zijn.
Bij nieuw te ontwikkelen software kan als voorwaarde worden gesteld, dat de broncodes vrij zijn en de software voldoet aan OpenStandaarden.
Het belangrijkste is in ieder geval dit te vragen aan de leveranciers.
Ook bij aanschaf van hardware kan onderhandeld worden over welke software standaard wordt meegeleverd (en waarvoor ook automatisch wordt betaald).
Wanneer een toepassing in OpenSource is ontwikkeld en/of aan OpenStandaarden voldoet, kan Egem, het nieuwe programma voor en door gemeenten dat onder regie van ICTU draait, het bredere gebruik van die toepassing gemakkelijker faciliteren.
Egem richt zich onder meer op het totstandkomen en volgen van OpenStandaarden.

De programma’s OSOSS en Egem zullen onderling nauw worden afgestemd.
Voor meer informatie over het programma OSOSS kunt u kijken op www.ososs.nl.
Voor meer informatie over het programma Egem kunt u kijken op www.egem.nl.

Bron: ERICA VERKERK Beleidsmedewerker Informatiebeleid, VNG
Link: BNG Bank op 26 mei 2019.
Valid HTML 5.0 Valid CSS
Een link is een pagina,
een link is een hoofdstuk,
een link is in een externe website,
een link is een download.
© Dwarsligger.org, overname met bronvermelding toegestaan,
tenzij anders aangegeven.
Ron's CMS versie 190612a
Samengesteld in
Inhoud grootte
Aangemaakt op
Aangepast    op
194031 µsec.
21485 bytes
26 mei 2019
26 mei 2019