Dwarsligger

Portretrecht

Het portretrecht is het recht van een geportretteerde persoon om zich in bepaalde gevallen te verzetten tegen publicatie van hun portret.
Onder portret wordt in dit verband verstaan elke zichtbare weergave waarop iemand herkenbaar is afgebeeld, bijvoorbeeld in een foto, schilderij, tekening of in filmbeelden.
Als er op een foto of film meerdere personen te zien zijn, heeft elk van hen het portretrecht.
Dit artikel behandelt slechts de situatie in Nederland.
In België wordt dit het recht op afbeelding genoemd.

Portretrecht en auteursrecht
Het portretrecht is een aspect van het auteursrecht; het wordt in Nederland geregeld in de artikelen 19-21 van de Auteurswet .
Het verschil tussen portretrecht en auteursrecht kan worden uitgelegd aan de hand van het volgende voorbeeld.
Als een fotograaf iemand op de foto zet, komt het portretrecht toe aan de afgebeelde persoon en de auteursrechten komen in beginsel toe aan de fotograaf.
Er zijn in de Nederlandse wetgeving enkele verschillen tussen het auteursrecht en het portretrecht:
Portret
Het juridische begrip portret is breder dan hoe het woord "portret" in het dagelijkse spraakgebruik wordt gebruikt.
Voor een portret is niet vereist dat de geportretteerde daarvoor heeft geposeerd: ook een foto, die stiekem is gemaakt, kan een portret zijn.
Ook is niet in alle gevallen vereist dat het gelaat van de geportretteerde zichtbaar is.
In het Naturiste-arrest heeft de Hoge Raad bepaald dat ook slechts de afbeelding van een "typerende lichaamshouding" een portret kan opleveren.
Bovendien hoeft de geportretteerde niet voor iedereen herkenbaar te zijn, maar is het voldoende dat de geportretteerde herkend kan worden door iemand die de geportretteerde kent.
Deze ruime eisen resulteren erin dat ook een foto van een verdachte, voorzien van een zwart balkje, toch nog kan worden aangemerkt als portret.
Ook een getekende karikatuur van Jan Peter Balkenende werd door de rechter aangemerkt als portret.

In opdracht en niet in opdracht
Er wordt onderscheid gemaakt tussen de volgende situaties:
Portretten die in opdracht zijn gemaakt (art. 19-20 Aw)
Als een portret in opdracht is gemaakt, brengt het portretrecht een inperking van de rechten van maker met zich mee.
De maker of auteursrechthebbende heeft in beginsel het exclusieve recht om het werk openbaar te maken en te verveelvoudigen.
Het portretrecht beperkt het recht om openbaar te mogen maken.
Daarvoor is toestemming nodig van de geportretteerde.
De afgebeelde persoon of diens nabestaanden mogen het portret vermenigvuldigen en openbaarmaken zonder toestemming van de maker.
De maker heeft bij publicatie van het portret wel recht op naamsvermelding en overige persoonlijkheidsrechten (artikel 25 Aw).
Het tentoonstellen van foto's en het publiceren op internet is ook een vorm van openbaarmaken (artikelen 19 en 20 Aw).

Door middel van een quitclaim, of model release form wordt toestemming gevraagd voor openbaarmaking van het portret.
Dit wordt door de filmindustrie en fotografen veel gebruikt.

Portretten die niet in opdracht zijn gemaakt (art. 21 Aw)
Veruit de meeste zaken gaan over portretten die niet in opdracht zijn gemaakt.
In zo'n geval kan de afgebeelde persoon zich alleen verzetten tegen publicatie (openbaarmaking), voor zover die persoon een redelijk belang heeft om zich daartegen te verzetten.
Er is geen grond om het maken van de foto zelf te verbieden.
In de woorden van de Auteurswet:
De aanwezigheid van een "redelijk belang" hoeft niet direct te leiden tot een verbod om de foto te publiceren.
De rechter dient ook rekening te houden met het belang om een foto wel te publiceren, in het bijzonder de persvrijheid en vrijheid van meningsuiting.

Het begrip "redelijk belang" kan worden onderverdeeld in twee categorieën: persoonlijke belangen en commerciële belangen.
Hierbij komt nog een derde
Enkele voorbeelden uit de Nederlandse jurisprudentie: Persoonlijk belang Gebruik van een portret in reclame-uitingen
Commercieel belang Jurisprudentie van het EHRM
Ook het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) krijgt regelmatig te maken met de afweging tussen het privacybelang van geportretteerden ( art. 8 EVRM) en (meestal) vrijheid van meningsuiting (art. 10 EVRM).
De Caroline von Hannover-arresten geven een goede indruk van hoe het EHRM met deze belangenafweging omgaat.

Sancties
De meest gebruikte sanctie voor inbreuk op portretrecht is het toekennen van schadevergoeding.
Verder kan de geportretteerde bij (dreigende) inbreuk op het portretrecht de illegale kopieën opeisen of ze laten vernietigen en de onrechtmatig verkregen winst opeisen.
Het opeisen van de illegale kopieën kan overigens alleen als de bezitter zelf schuldig is aan de schending van het portretrecht of als de bezitter handelaar is in soortgelijke artikelen.
Het illegaal openbaar tentoonstellen of op andere wijze openbaar maken van een portret is een overtreding, die kan worden bestraft met een geldboete van de vierde categorie (art. 35 Aw).
Een op een foto afgebeelde persoon die daarop weliswaar het portretrecht bezit, kan zich, indien hij deze opname van zichzelf verveelvuldigt en verspreidt op een wijze die het wettelijk vrijgelaten "beperkt eigen gebruik" overschrijdt, desalniettemin schuldig maken aan een inbreuk op het auteursrecht van de maker.

Bron: Wikipedia op 8 juni 2015.

U bevindt zich in
Rechten en Plichten
Valid HTML 5.0 Valid CSS
© 2017 dwarsligger.org
overname met bronvermelding is toegestaan.
Pagina grootte: 25364 bytes.
Gemaakt met Ron's Webber versie 170217a.
Pagina gemaakt in 0.01 seconden,
Pagina aangepast op 11 March 2017 13:35:31.