U bevindt zich in
Verdrag van Rome (EVRM)
Dwarsligger
HoofdstukkenMenu terug Pagina's startIndex Aanvullend ProtocolAanvullend ProtocolAanvullend Protocol 04Aanvullend Protocol 06Aanvullend Protocol 07Aanvullend Protocol 12Aanvullend Protocol 13Aanvullend Protocol 16EVRM BestandenConvention NLD.pdf
Aanvullend Protocol 06
Protocol Nr. 6 bij het Verdrag tot Bescherming van de Rechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden, inzake de afschaffing van de doodstraf onder alle omstandigheden

Straatsburg, 28.IV.1983

De Lid-Staten van de Raad van Europa die dit Protocol bij het op 4 november 1950 te Rome ondertekende Verdrag tot Bescherming van de Rechten van de Mens en de Fundamentele
Vrijheden (hierna te noemen „het Verdrag“) hebben ondertekend, Overwegende dat de ontwikkeling die in verscheidene Lid-Staten van de Raad van Europa heeft plaatsgevonden een algemene tendens in de richting van afschaffing van de doodstraf tot uitdrukking brengt,
Zijn het volgende overeengekomen:

ARTIKEL 1 Afschaffing van de doodstraf ARTIKEL 2 Doodstraf in tijd van oorlog ARTIKEL 3 Verbod van afwijking ARTIKEL 4 Verbod van voorbehouden ARTIKEL 5 Territoriale werkingssfeer
  1. Iedere Staat kan op het tijdstip van ondertekening of van nederlegging van zijn akte van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring het grondgebied of de grondgebieden aanwijzen waarop dit Protocol van toepassing is.
  2. Iedere Staat kan, op elk later tijdstip, door middel van een aan de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa gerichte verklaring, de toepassing van dit Protocol uitbreiden tot ieder ander in de verklaring aangewezen grondgebied.
    Met betrekking tot dat grondgebied treedt het Protocol in werking op de eerste dag van de maand volgende op de datum waarop die verklaring door de Secretaris-Generaal is ontvangen.
  3. Iedere overeenkomstig de twee vorige leden afgelegde verklaring kan, met betrekking tot elk in die verklaring aangewezen grondgebied, worden ingetrokken door middel van een aan de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa gerichte kennisgeving.
    De intrekking wordt van kracht op de eerste dag van de maand volgende op de datum waarop die kennisgeving door de Secretaris-Generaal is ontvangen.
ARTIKEL 6 Verhouding tot het Verdrag ARTIKEL 7 Ondertekening en bekrachtiging ARTIKEL 8 Inwerkingtreding
  1. Dit Protocol treedt in werking op de eerste dag van de maand volgende op de datum waarop vijf Lid-Staten van de Raad van Europa hun instemming door het Protocol gebonden te worden tot uitdrukking hebben gebracht overeenkomstig het bepaalde in Artikel 7.
  2. Met betrekking tot iedere Lid-Staat die later zijn instemming door het Protocol gebonden te worden tot uitdrukking brengt, treedt dit in werking op de eerste dag van de maand volgende op de datum waarop de akte van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring is nedergelegd.
ARTIKEL 9 Taken van de depositaris
Gedaan te Straatsburg, op 28 april 1983, in de Engelse en de Franse taal, zijnde beide teksten gelijkelijk authentiek, in een enkel exemplaar, hetwelk zal worden nedergelegd in het archief van de Raad van Europa.
De Secretaris-Generaal van de Raad van Europa zal gewaarmerkte afschriften doen toekomen aan iedere Lid-Staat van de Raad van Europa.

Bron:
European Court of Human Rights
Council of Europe
F-67075 Strasbourg cedex
www.echr.coe.int
Valid HTML 5.0 Valid CSS
Een link is een pagina,
een link is een hoofdstuk,
een link is in een externe website,
een link is een download.
© Dwarsligger.org, overname met bronvermelding toegestaan,
tenzij anders aangegeven.
Ron's CMS versie 190327a
Samengesteld in
Inhoud grootte
Aangemaakt op
Aangepast    op
0.126 sec.
11201 bytes
Onbekend
20 aug 2019