U bevindt zich in
Verdrag van Rome (EVRM)
Dwarsligger
HoofdstukkenMenu terug Pagina's startIndex Aanvullend ProtocolAanvullend ProtocolAanvullend Protocol 04Aanvullend Protocol 06Aanvullend Protocol 07Aanvullend Protocol 12Aanvullend Protocol 13Aanvullend Protocol 16EVRM BestandenConvention NLD.pdf
Aanvullend Protocol 07
Protocol Nr. 7 bij het Verdrag tot Bescherming van de Rechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden

Straatsburg, 22.XI.1984
De Lid-Staten van de Raad van Europa die dit Protocol hebben ondertekend, Vastbesloten verdere stappen te nemen ter verzekering van de collectieve waarborging van bepaalde rechten en vrijheden door middel van het Verdrag tot Bescherming van de Rechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden, ondertekend te Rome op 4 november 1950 (hierna te noemen „het Verdrag“),
Zijn het volgende overeengekomen:

ARTIKEL 1 Procedurele waarborgen met betrekking tot de uitzetting van vreemdelingen
  1. Een vreemdeling die wettig verblijft op het grondgebied van een Staat wordt niet uitgezet behalve ingevolge een overeenkomstig de wet genomen beslissing en hem wordt toegestaan:
    1. redenen aan te voeren tegen zijn uitzetting,
    2. zijn zaak opnieuw te doen beoordelen, en
    3. zich met dit doel te doen vertegenwoordigen bij de bevoegde instantie of bij een of meer door die instantie aangewezen personen.
  2. Een vreemdeling kan worden uitgezet vóór de uitoefening van zijn rechten ingevolge het eerste lid, letters a, b en c van dit artikel, wanneer een zodanige uitzetting noodzakelijk is in het belang van de openbare orde of is gebaseerd op redenen van de nationale veiligheid.
ARTIKEL 2 Recht op hoger beroep in strafzaken
  1. Iedereen die door een gerecht is veroordeeld wegens een strafbaar feit, heeft het recht zijn schuldigverklaring of veroordeling opnieuw te doen beoordelen door een hoger gerecht.
    De uitoefening van dit recht, met inbegrip van de gronden waarop het kan worden uitgeoefend, wordt bij de wet geregeld.
  2. Op dit recht zijn uitzonderingen mogelijk met betrekking tot lichte overtredingen, zoals bepaald in de wet, of in gevallen waarin de betrokkene in eerste aanleg werd berecht door het hoogste gerecht of werd veroordeeld na een beroep tegen vrijspraak.
ARTIKEL 3 Schadeloosstelling in geval van gerechtelijke dwaling ARTIKEL 4 Recht om niet tweemaal te worden berecht of gestraft
  1. Niemand wordt opnieuw berecht of gestraft in eenstrafrechtelijke procedure binnen de rechtsmacht van dezelfde Staat voor een strafbaar feit waarvoor hij reeds onherroepelijk is vrijgesproken of veroordeeld overeenkomstig de wet en het strafprocesrecht van die Staat.
  2. De bepalingen van het voorgaande lid beletten nietde heropening van de zaak overeenkomstig de wet en het strafprocesrecht van de betrokken Staat, indien er aanwijzingen zijn van nieuwe of pas aan het licht gekomen feiten, of indien er sprake was van een fundamenteel gebrek in het vorige proces, die de uitkomst van de zaak zouden of zou kunnen beïnvloeden.
  3. Afwijking van dit artikel krachtens Artikel 15 van het Verdragis niet toegestaan.
ARTIKEL 5 Gelijke rechten van echtgenoten ARTIKEL 6 Territoriale werkingssfeer
  1. Iedere Staat kan op het tijdstip van ondertekening of van nederlegging van zijn akte van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring het grondgebied of de grondgebieden aanwijzen waarop dit Protocol van toepassing zal zijn, alsmede de mate aangeven waarin hij zich ertoe verbindt de bepalingen van dit Protocol van toepassing te doen zijn op dit grondgebied of deze grondgebieden.
  2. Iedere Staat kan, op elk later tijdstip, door middel van een aan de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa gerichte verklaring, de toepassing van dit Protocol uitbreiden tot ieder ander in de verklaring aangewezen grondgebied. Met betrekking tot dat grondgebied treedt het Protocol in werking op de eerste dag van de maand volgende op het verstrijken van een tijdvak van twee maanden na de datum waarop die verklaring door de Secretaris-Generaal is ontvangen.
  3. Iedere overeenkomstig de twee vorige leden afgelegde verklaring kan, met betrekking tot elk in die verklaring aangewezen grondgebied, worden ingetrokken of gewijzigd door middel van een aan de Secretaris-Generaal gerichte kennisgeving.
  4. De intrekking of wijziging wordt van kracht op de eerste dag van de maand volgende op het verstrijken van een tijdvak van twee maanden na de datum waarop die kennisgeving door de Secretaris-Generaal is ontvangen.
    Een overeenkomstig dit artikel afgelegde verklaring wordt geacht te zijn afgelegd overeenkomstig Artikel 56, eerste lid, van het Verdrag.
  5. Het grondgebied van iedere Staat waarvoor dit Protocol van toepassing is krachtens bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring door die Staat en elk grondgebied waarvoor dit Protocol van toepassing is krachtens een door die Staat ingevolge dit artikel afgelegde verklaring kunnen, voor de toepassing van de verwijzing in Artikel 1 naar het grondgebied van een Staat, als afzonderlijke grondgebieden worden behandeld.
  6. Iedere Staat die een verklaring heeft afgelegd in overeenstemming met het eerste of tweede lid van dit artikel, kan te allen tijde daarna voor één of meer gebieden waarop de verklaring betrekking heeft, verklaren dat hij de bevoegdheid van het Hof aanvaardt om kennis te nemen van verzoekschriften van natuurlijke personen, niet-gouvernementele organisaties of groepen personen, bedoeld in Artikel 34 van het Verdrag, ten aanzien van de Artikelen 1 tot en met 5 van dit Protocol.
ARTIKEL 7 Verhouding tot het Verdrag ARTIKEL 8 Ondertekening en bekrachtiging ARTIKEL 9 Inwerkingtreding
  1. Dit Protocol treedt in werking op de eerste dag van de maand volgende op het verstrijken van een tijdvak van twee maanden na de datum waarop zeven Lid-Staten van de Raad van Europa hun instemming door het Protocol te worden gebonden tot uitdrukking hebben gebracht overeenkomstig het bepaalde in Artikel 8.
  2. Met betrekking tot iedere Lid-Staat die later zijn instemming door het Protocol te worden gebonden tot uitdrukking brengt, treedt dit in werking op de eerste dag van de maand volgende op het verstrijken van een tijdvak van twee maanden na de datum waarop de akte van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring is nedergelegd.
ARTIKEL 10 Taken van de depositaris Gedaan te Straatsburg, op 22 november 1984, in de Engelse en de Franse taal, zijnde beide teksten gelijkelijk authentiek, in een enkel exemplaar, hetwelk zal worden nedergelegd in het archief van de Raad van Europa.
De Secretaris-Generaal van de Raad van Europa zal gewaarmerkte afschriften doen toekomen aan iedere Lid-Staat van de Raad van Europa.

Bron:
European Court of Human Rights
Council of Europe
F-67075 Strasbourg cedex
www.echr.coe.int
Valid HTML 5.0 Valid CSS
Een link is een pagina,
een link is een hoofdstuk,
een link is in een externe website,
een link is een download.
© Dwarsligger.org, overname met bronvermelding toegestaan,
tenzij anders aangegeven.
Ron's CMS versie 190327a
Samengesteld in
Inhoud grootte
Aangemaakt op
Aangepast    op
0.873 sec.
14897 bytes
Onbekend
20 aug 2019