U bevindt zich in
Verdrag van Rome -EVRM-
Dwarsligger
Pagina's startIndex Aanvullend ProtocolAanvullend ProtocolAanvullend Protocol 04Aanvullend Protocol 06Aanvullend Protocol 07Aanvullend Protocol 12Aanvullend Protocol 13Aanvullend Protocol 16EVRM BestandenConvention NLD.pdf
Hoofdstukken
Menu terug
Aanvullend Protocol 16

Protocol Nr. 16 bij het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden

Straatsburg, 2.X.2013

De lidstaten van de Raad van Europa en de andere Hoge Verdragsluitende Partijen bij het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend te Rome op 4 november 1950 (hierna te noemen „het Verdrag”), die dit Protocol hebben ondertekend,
Gelet op de bepalingen van het Verdrag en, in het bijzonder, artikel 19 daarvan waarbij het Europees Hof voor de rechten van de mens (hierna te noemen „het Hof”) wordt opgericht;
Overwegende dat de uitbreiding van de bevoegdheid van het Hof adviezen uit te brengen de interactie tussen het Hof en nationale autoriteiten verder verbetert en daarmee de uitvoering van het Verdrag versterkt, in overeenstemming met het beginsel van subsidiariteit;
Gelet op opinie nr. 285 (2013) aangenomen door de Parlementaire Vergadering van de Raad van Europa op 28 juni 2013,
Zijn het volgende overeengekomen:

ARTIKEL 1
  1. Hoogste rechterlijke instanties van een Hoge VerdragsluitendePartij, zoals aangewezen in overeenstemming met artikel 10,kunnen het Hof verzoeken advies uit te brengen over principiële vragen inzake de uitlegging of toepassing van de rechten en vrijheden die zijn omschreven in het Verdrag of de protocollen daarbij.
  2. De verzoekende rechterlijke instantie mag uitsluitend om advies verzoeken binnen de context van een bij haar aanhangige zaak.
  3. De verzoekende rechterlijke instantie omkleedt haar verzoek met redenen en verstrekt de relevante juridische en feitelijke achtergrond van de aanhangige zaak.
ARTIKEL 2
  1. Een college van vijf rechters van de Grote Kamer beslist of het verzoek om advies al dan niet in behandeling wordt genomen, rekening houdend met artikel 1.
    Een weigering een verzoek in behandeling te nemen wordt door het college met redenen omkleed.
  2. Indien het college het verzoek in behandeling neemt, brengt de Grote Kamer het advies uit.
  3. Het college en de Grote Kamer, zoals bedoeld in de voorgaande leden, omvatten van rechtswege de rechter die is gekozen voor de Hoge Verdragsluitende Partij waartoe de verzoekende rechterlijke instantie behoort.
    In geval van ontstentenis of belet van deze rechter, wijst de President van het Hof een persoon van een vooraf door die Partij overgelegde lijst aan om daarin als rechter zitting te hebben.
ARTIKEL 3 ARTIKEL 4
  1. De adviezen worden met redenen omkleed.
  2. Indien een advies niet, geheel of gedeeltelijk, de eenstemmige mening van de rechters weergeeft, heeft iedere rechter het recht een uiteenzetting van zijn persoonlijke mening toe te voegen.
  3. De adviezen worden ter kennis gebracht van de verzoekende rechterlijke instantie en de Hoge Verdragsluitende Partij waartoe deze rechterlijke instantie behoort.
  4. De adviezen worden gepubliceerd.
ARTIKEL 5 ARTIKEL 6 ARTIKEL 7
  1. Dit Protocol staat open voor ondertekening door de Hoge Verdragsluitende Partijen bij het Verdrag, die hun instemming te worden gebonden tot uitdrukking kunnen brengen door:
    1. ondertekening zonder voorbehoud van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring; of
    2. ondertekening onder voorbehoud van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring, gevolgd doorbekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring.
  2. De akten van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring worden nedergelegd bij de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa.
ARTIKEL 8
  1. Dit Protocol treedt in werking op de eerste dag van de maand die volgt op het verstrijken van een tijdvak van drie maanden na de datum waarop tien Hoge Verdragsluitende Partijen bij het Verdrag in overeenstemming met de bepalingen van artikel 7 hun instemming door het Protocol te worden gebonden tot uitdrukking hebben gebracht.
  2. Ten aanzien van een Hoge Verdragsluitende Partij bij het Verdrag die later haar instemming door dit Protocol te worden gebonden tot uitdrukking brengt, treedt het in werking op de eerste dag van de maand die volgt op het verstrijken van een tijdvak van drie maanden na de datum waarop deze haar instemming tot uitdrukking heeft gebracht door het Protocol te worden gebonden in overeenstemming met de bepalingen van artikel 7.
ARTIKEL 9 ARTIKEL 10 ARTIKEL 11 Gedaan te Straatsburg op 2 oktober 2013, in de Engelse en de Franse taal, waarbij beide teksten gelijkelijk authentiek zijn, in één exemplaar, dat zal worden nedergelegd in het archief van de Raad van Europa.
De Secretaris-Generaal van de Raad van Europa doet een gewaarmerkt afschrift toekomen aan iedere lidstaat van de Raad van Europa en aan de andere Hoge Verdragsluitende Partijen bij het Verdrag.

Bron:
European Court of Human Rights
Council of Europe
F-67075 Strasbourg cedex
www.echr.coe.int
Valid HTML 5.0 Valid CSS
Een link is een pagina,
een link is een hoofdstuk,
een link is in een externe website,
een link is een download.
© Dwarsligger.org, overname met bronvermelding toegestaan,
tenzij anders aangegeven.
Ron's CMS versie 191003a
Samengesteld in
Inhoud grootte
Aangemaakt op
Aangepast    op
32927 µsec.
13585 bytes
Onbekend
06 okt 2019